
Centrum voor informatie, educatie en documentatie
De toekomst van Commandopost Clingendael
(Geschiedenis is geen handelswaar)
De toekomst van Commandopost Clingendael, beter bekend als de Seyss-Inquartbunker,
bevindt zich opnieuw in een belangrijke fase.
Dit bijzondere Rijksmonument op de grens van Den Haag en Wassenaar draagt de sporen van twee ingrijpende perioden uit onze recente geschiedenis. De bunker werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd voor rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en kreeg na de oorlog een nieuwe functie als commandopost van de Nederlandse krijgsmacht tijdens de Koude Oorlog.
Het Rijksvastgoedbedrijf is een procedure gestart om het monument te verkopen en een nieuwe bestemming te geven. Die verkoopprocedure is inmiddels vertraagd en onderwerp van een juridische procedure.
Voor Stichting WO2 Sporen staat één uitgangspunt centraal: de historische en maatschappelijke betekenis van deze plek moet leidend zijn bij iedere beslissing over de toekomst ervan.
Een monument met deze geschiedenis is meer dan vastgoed. Het is een tastbare historische bron en een plek waar het verhaal van bezetting, oorlog, vrijheid en de Koude Oorlog aan toekomstige generaties kan worden doorgegeven. Daarom volgen wij de verkoopprocedure en de plannen voor de toekomstige bestemming van Commandopost Clingendael kritisch.
Wij vinden het belangrijk dat er volledige duidelijkheid komt over de gemaakte keuzes, de voorwaarden die aan een toekomstige eigenaar worden gesteld en de wijze waarop het monument en zijn geschiedenis duurzaam worden beschermd en toegankelijk blijven.
Op deze pagina volgen wij de actuele ontwikkelingen rond Commandopost Clingendael. Hieronder vindt u onze meest recente artikelen, documenten en berichtgeving over de verkoopprocedure, de toekomstige bestemming en onze inzet voor het behoud van dit bijzondere erfgoed.




De bunker van nazi-kopstuk Arthur Seyss-Inquart in Wassenaar dreigt te worden verkocht aan een commerciële vastgoedondernemer. Erfgoedorganisatie Boei was ook nog in beeld, maar die is vanwege procedurele fouten uit de race gehaald. Vandaag beslist de rechter in Den Haag of Boei toch weer mag meedoen. Iemand die dat vurig hoopt is Ronald Klomp. Hij is voorzitter van WO2 sporen, een stichting die zich inzet voor het behoud van erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. NOS verslaggever van NPO Radio 1, Roel Pauw sprak hem bij het monumentale gebouw.
BOEi verliest kort geding: Jeroen de Wilde de lachende derden?
Tweede Kamer is nu aan zet. Maar wie controleert het Rijksvastgoedbedrijf?
De rechtbank Den Haag heeft op 3 november 2026 geoordeeld dat de Staat erfgoedorganisatie BOEi mocht uitsluiten van de verkoopprocedure van Commandopost Clingendael. Daarmee blijft Jeroen de Wilde als enige gegadigde over. Samen met R4a architecten lijkt hij nu tot de lachende derden te behoren.
Maar de uitspraak roept een veel fundamentelere vraag op: heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zelf wel zorgvuldig gehandeld?
De Staat liet een integriteitsonderzoek uitvoeren naar BOEi. Terecht mag dan worden gevraagd of ook de overgebleven gegadigde, het betrokken architectenbureau en de ingediende verklaringen met dezelfde zorgvuldigheid zijn onderzocht.
Moreel besef van WO2-erfgoed geen vereiste?
Het Biedboek bood ruimte om ervaring aan te tonen met eigen verklaringen en verklaringen van derden. Maar hoe heeft het RVB gecontroleerd of de opgegeven ervaring daadwerkelijk aanwezig is? Welke referenties zijn geverifieerd? En welke inspanningen heeft de notaris verricht bij de controle van de toelatingsvoorwaarden?
Maar wie heeft Jeroen de Wilde überhaupt toegelaten tot de biedingsfase? Wie binnen het RVB of de selectiecommissie heeft vastgesteld dat hij aan de gestelde voorwaarden voldeed? Welke deskundigheid en referentieprojecten zijn daarbij daadwerkelijk gecontroleerd? En wie droeg de verantwoordelijkheid voor die beslissing?
Een verklaring is nog geen bewijs van deskundigheid. Een overtuigend gepresenteerde visie is nog geen uitvoerbaar plan.
Volgens de rechtbankstukken worden zowel Instituut Clingendael als Atlantikwall Museum Den Haag genoemd in de herbestemmingsvisie van Jeroen de Wilde. Opmerkelijk, want beide organisaties waren ook betrokken bij het concurrerende plan van BOEi.
Volgens Stichting WO2 Sporen heeft Instituut Clingendael inmiddels duidelijk gemaakt niet op de hoogte te zijn geweest van zijn vermelding in de visie van De Wilde en afstand te nemen van diens plannen.
Maar hoe zit dat met Atlantikwall Museum Den Haag? Heeft het museum op meerdere paarden gewed?
Heeft het museum daadwerkelijk ingestemd met samenwerking met De Wilde, of is zijn naam zonder concrete afspraken in de visie opgenomen? En heeft het Rijksvastgoedbedrijf deze vermeende samenwerking ooit gecontroleerd?
Neemt ook het museum afstand van De Wilde, of is het betrokken bij diens plannen?
Voor Stichting WO2 Sporen is dit geen bijzaak. Wanneer de betrokkenheid van erfgoedorganisaties wordt gebruikt om een commerciële herbestemmingsvisie inhoudelijk te onderbouwen, moet vaststaan dat die organisaties daadwerkelijk achter het plan staan.
R4a architecten, muziekstudio's en de Nota van Uitgangspunten
En hoe zit het met de geplande muziekstudio's en de betrokkenheid van R4a architecten? Zijn deze plannen verenigbaar met de Nota van Uitgangspunten en de bijzondere historische betekenis van Commandopost Clingendael? Welke garanties heeft het RVB dat de voorgestelde herbestemming daadwerkelijk wordt uitgevoerd?
Dan dreigt een herbestemmingsvisie niet meer te zijn dan een luchtballon.
Dit raakt rechtstreeks aan de kabinetsvisie uit november 2019 over het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog. Daarin benadrukte het kabinet het belang van behoud, beheer, onderzoek en publieke toegankelijkheid van dit bijzondere erfgoed. Stichting WO2 Sporen betwijfelt ernstig of het RVB bij deze verkoop voldoende in de geest van dat beleid heeft gehandeld. Het gaat hier immers niet om een willekeurig commercieel vastgoedobject, maar om de voormalige commandopost van Arthur Seyss-Inquart: een rijksmonument met een uitzonderlijk beladen historische betekenis.
De rechter heeft BOEi niet in het gelijk gesteld. Maar de rechter heeft daarmee niet vastgesteld dat de visie van De Wilde uitvoerbaar is, dat alle verklaringen zijn geverifieerd of dat de toekomstige bescherming van het monument voldoende is gewaarborgd.
Daarom verlangt Stichting WO2 Sporen volledige openheid over de uitgevoerde integriteits- en deskundigheidstoetsing van De Wilde en R4a architecten, de controlewerkzaamheden van de notaris en de verificatie van de in de herbestemmingsvisie genoemde samenwerkingspartners.
Noordeinde 64/64A: heeft het RVB niets geleerd van het verleden?
Opmerkelijk is dat Jeroen de Wilde eerder betrokken was bij een omstreden vastgoedtransactie rond het monumentale pand Noordeinde 64/64A in Den Haag. Het Rijksvastgoedbedrijf verkocht dit pand in 2018 aan de gemeente Den Haag, waarna het via een particuliere koper uiteindelijk in handen kwam van De Wilde. De gang van zaken leidde destijds tot Kamervragen en een onderzoek door de Auditdienst Rijk.
In zijn Kamerbrief van 18 december 2020 kondigde staatssecretaris Raymond Knops verbeteringen aan in het verkoopproces van het RVB, waaronder risicogerichte tweedelijnscontroles.
En nu, zes jaar later, komt dezelfde vastgoedinvesteerder opnieuw in beeld bij de verkoop van een bijzonder rijksmonument. Stichting WO2 Sporen vraagt zich daarom af of het RVB de eerdere betrokkenheid van De Wilde bij Noordeinde 64/64A heeft meegewogen. Welke lessen uit het onderzoek van de Auditdienst Rijk zijn daadwerkelijk toegepast bij Commandopost Clingendael? Is de achtergrond van de gegadigde onderzocht? Zijn de eigen verklaringen en derdenverklaringen gecontroleerd? En heeft de notaris aantoonbaar vastgesteld dat aan de toelatingsvoorwaarden is voldaan?
Het onderzoek naar Noordeinde 64/64A bewees geen onrechtmatig handelen van De Wilde. Maar de eerdere verkoop maakt de vraag naar een transparante en aantoonbaar zorgvuldige toetsing des te relevanter. Het RVB beloofde in 2020 zijn verkoopprocedures te verbeteren. De vraag is nu of die belofte bij Commandopost Clingendael daadwerkelijk is waargemaakt.
Waarom weigert het RVB de klacht van WO2 Sporen te behandelen?
Des te opmerkelijker vindt Stichting WO2 Sporen het dat het Rijksvastgoedbedrijf haar ingediende klacht over de verkoopprocedure niet inhoudelijk wil behandelen. Juist nu vragen bestaan over de toelating van gegadigden, de controle van verklaringen en de bescherming van dit bijzondere rijksmonument, is transparantie noodzakelijk. Wie controleert het RVB wanneer het weigert klachten over zijn eigen handelen inhoudelijk te behandelen?
DE TWEEDE KAMER IS NU AAN ZET!
Krijgt de Tweede Kamer de gelegenheid om deze vragen beantwoord te zien voordat het RVB de verkoop voortzet? Of wordt de gunning aan de enige overgebleven gegadigde een voldongen feit? RVB, doe uw werk. Controleer de verklaringen. Verifieer de samenwerkingen. Onderzoek de uitvoerbaarheid. En maak duidelijk hoe de geselecteerde visie juridisch wordt afgedwongen. Een gewonnen rechtszaak tegen BOEi ontslaat de Staat niet van zijn verantwoordelijkheid voor het behoud van Commandopost Clingendael.
De verkoop van beladen oorlogserfgoed vraagt méér dan een goed verhaal op papier. Zij vraagt aantoonbare deskundigheid, controleerbare toezeggingen en garanties voor de toekomst.